Stationsweg 8 | 8911 AH Leeuwarden | 058 - 21 35 058
  (stamtafel)verhalen
 
Sommige mensen houden er vreemde huisdieren op na, maar Appie had wel een heel bijzondere huisvriend. Hij vertelde vaak vol liefde over Aro. Aro was een c.a. drie meter lange Python, die in een terrarium bij Appie woonde. Als er iemand van de klanten een opmerking maakte dat hij of zij zo'n beest doodeng vond, was z'n standaard antwoord, dat mensen beesten waren en dat een slang een dier was. Het vooroordeel dat slangen slecht zijn, kwam volgens Appie voort uit de Bijbel, waar in het Adam en Eva verhaal, de achterbakse slang Eva verleidt, om van de appel te eten.' Pythons lusten zelf geeneens appels,' zei Appie.' Wat eten ze dan?'vroegen wij.' Ratten,' antwoordde Appie.' Ratten!'' Hoezo ratten?'' Pythons eten alleen levend voedsel, ze moeten hun prooi zelf vangen en wurgen anders eten ze het niet.'' Konijnen of hazen lust hij natuurlijk ook wel, maar die zijn veel te duur. Regelmatig ga ik naar mijn leverancier en dan koop ik mondvoorraad voor veertien dagen.'' Echt Bert,'zegt hij met een tedere blik in zijn ogen.'Het is een schat van een dier, als ik tijd heb, zal ik hem eens meenemen.' Toen ik die laatste opmerking al lang vergeten was, stapt Appie op een drukke middag met een grote plastik tas in zijn hand, de kroeg binnen. Met een nonchalant gebaar geeft hij mij die boven de spoelbak aan en zegt. ‘Zet deze even achter de bar.' en loopt vervolgens naar de w.c. Als ik het gewicht van de tas voel, schiet het door mij heen.'Hij zal toch niet?' Voorzichtig plaats ik de tas op een koperen dienblad. ‘Hij zal toch verdomme die slang niet meegenomen hebben!' zegt een klant. De hele bar staart naar de V&D tas, die traag heen en weer beweegt. ‘Je hebt Aro toch niet meegenomen?' vraag ik Appie, als hij van het toilet komt.' Ja!' antwoord hij.' Je wilde hem toch zien!' Resoluut stapt hij achter de bar, pakt de tas van het dienblad en trekt de hengsels uit elkaar. Als uit het mandje van een slangenbezweerder rijst de enorme kop van de slang voor mijn ogen omhoog. Je moet nooit bewegen als je oog in oog met een slang komt te staan, heb ik wel eens gelezen. Maar ik beweeg wel en aangezien Appie en Aro de enige normale vluchtweg versperren neem ik een zweefduik over de bar naast het koffiezetapparaat en belandt midden tussen de mensen, hilariteit alom. De voorstelling kan beginnen. Appie hangt de slang als een volleerd circusartiest om zijn nek en loopt achter de bar heen en weer zodat iedereen Aro kan zien. Hij krijgt zelfs een van de vrouwelijke klanten zover, het beest, sorry dier, over zijn kop te aaien.' Wat een mooie huid!' zegt ze en denk volgens mij aan schoenen, laarzen en handtasjes. Even ontstaat er paniek als Aro z'n staart om een naast Appie staande kruk krult.'Hij moet geen houvast krijgen!' zegt Appie.'Anders kan hij me wurgen.' In mijn verbeelding zie ik een steeds dikker wordende Python achter de bar, waar de benen van Appie uitsteken. Diplomatiek zeg ik, dat het toch niet zo leuk voor zo'n dier moet zijn in zo'n drukke rokerige kroeg. Dat werkt gelukkig en onder luid applaus verlaten Appie en Aro het pand, de kroegbaas opgelucht achterlatend.
Een paar dagen later, ziet het blauw van de politie in de straat. Overal afzettingen, zwaailichten en agenten met de karabijn in de dakgoten. Midden tussen de menigte ontdek ik Appie.' Wat is er aan de hand?'vraag ik.' Aro is weg!' zegt Appie. ‘Ik heb de politie maar gebeld, hij doet niets hoor, maar als iemand hem ziet, konden er eens misverstanden ontstaan.' De hele dag kijk ik naar de deur. Aro kon eens op zoek zijn naar de baas en met een klant naar binnen glippen.'s Avonds komt Appie met het verlossende bericht dat Aro is gevonden.' Opgerold in de potkachel,' zegt hij, dat plekje kende ik nog niet.
Na de vakantie komt Appie met een droevig gezicht het café binnen. ‘Aro is dood!' zegt hij.' Wat nou, was hij ziek?'vragen de klanten. ‘Nee!' zegt Appie.'Hij was kerngezond.'' Het is mijn eigen schuld, ik wilde twee weken op vakantie, ik moest er echt even tussenuit, maar omdat ik niemand had die hem wilde voeren, heb ik de hele mondvoorraad bij hem gezet, kon hij zelf mooi iedere dag uitkiezen. Kom ik terug van vakantie zitten er veertien vette ratten in het terrarium, geen Aro meer te zien, hebben die rotbeesten zeker afgesproken met z'n allen Aro te grazen te nemen, het is gewoon niet eerlijk. Geef mij maar een borrel!' zegt hij. Ik doe een dubbele jonge in een glas met twee klontjes ijs, zo drinkt hij hem altijd. ‘Van het huis!' zeg ik.